Een Fries als Duitse sukkel in Damascus

Bij het dagelijks nieuws uit het Midden-Oosten, in het bijzonder uit Syrië, denk ik steeds weer terug aan 5 maart 1991. Ik bevond mij toen als diplomaat annex handelsreiziger in nougat te Damascus.

Door Wiebe Pennewaard

De functies als diplomaat annex handelsreiziger in nougat waren slechts bijbaantjes, mij opgedrongen door de eigenaar van een Chevrolet Impala uit de jaren zestig.Blijkens de kanariegele kleur, opgesierd met zwart-wit-geblokte banden, had de Amerikaanse slee ooit dienst gedaan als taxi in New York. Zijn standplaats was nu in de Jordanese hoofdstad Amman.

Ter verduidelijking: ik verbleef in augustus 1990 en begin 1991 in het Midden-Oosten als redacteur van de Leeuwarder Courant, tevens correspondent voor de veertien Nederlandse dagbladen van wat toen nog de GPD, de Gemeenschappelijke Persdienst, heette. Aanleiding was de bezetting door Saddam Hoessein van Koeweit, en de daaropvolgende operatie Desert Storm.

Na een verblijf in Ca—óro was ik verhuisd naar Jordanië. Met nog een kleine driehonderd journalisten uit de hele wereld bivakkeerden wij luxueus in de hoofdstad, in het Intercontinental Hotel waar geen normale gast meer verbleef.

Omdat op 6 maart Saddam Hoessein was verslagen, reisde enkele dagen later een Europese delegatie naar Damascus. De ministers van buitenlandse zaken van Luxemburg, Italië en Nederland vormden een troika, als toenmalige, vorige en volgende voorzitter van de Europese Gemeenschap, voor overleg met Syrië, Egypte en de Golfstaten, zeg maar de anti-Irak-coalitie in het Midden-Oosten.

Terug naar mijn optreden als diplomaat en vertegenwoordiger in nougat.

Mijn werkgever vroeg mij af te reizen van Amman naar Damascus, om verslag te doen van het overleg van de troika. Na in Amman in een morsig zijstraatje zo’n zes uur voor een vervallen pand te hebben rondgehangen, waar in de Syrische ambassade volgens een vriendelijke gesluierde mevrouw naarstig werd gewerkt aan mijn visum, regelde ik een taxi voor de rit van een kleine 500 kilometer.

De chauffeur meldde zich de volgende ochtend correct met zijn Chevrolet Impala bij mijn hotel. Hij sprak geen woord Engels maar tot mijn opluchting vloeiend Frans, en hij heette ondanks zijn arabische uiterlijk dan ook Jean. Een restje van de historie: van 1918 tot 1946 was Syrië Frans mandaatgebied.

Hij zat vooral achterstevoren. Met af en toe een blik voor zich op de weg.

De rijstijl van Jean was even spectaculair als verontrustend. Hij zat vooral achterstevoren, om druk pratend dikke mapjes met foto’s van zijn vrouw en kinderen te tonen aan zijn klant op de achterbank. Pratend, wijzend, lachend, met af en toe een blik voor zich op de weg.

De chauffeur had kennelijk besloten een gemiddelde van 90 km/u te halen door uitsluitend 90 km/u te rijden - een rekenkundig verstandige benadering. En dus hield hij deze snelheid aan ook als hij een andere auto, bus of vrachtwagen van achteren naderde. Zonder zijn verhaal over kijk, deze foto, dat zijn de kinderen van mijn zuster, te onderbreken gooide hij het stuur bruusk naar links om in te halen.

Doorgaans was de tegenligger dan al tot op 60 of minder meter genaderd, waarop Jean koos voor toch een dot extra gas, groot licht en getoeter, dan wel vol in de remmen. De Britten noemen dit systeem trial and error.

Nog onderweg in Jordanië stopten we enkele malen bij slonzige panden langs de weg, waaruit Jean steeds opdook met volle plastic tassen. De inhoud bestond uit handzame blokken, gewikkeld in doorzichtig plastic. Het leek mij nougat. Lekker, voor onderweg.

Een kilometer voor de grenspost zette hij de Chevrolet in de berm. Alle plastic tassen werden leeggehaald. De blokken nougat verdwenen onder de motorkap, in de achterbak, tussen de bekleding van de voorstoelen en achterbank. Twee blokken die hij overhield mochten in de binnenzakken van mijn regenjas.

Geheel rechts op de achterbank, want daar zitten zwijgende Duitse diplomaten altijd

Met vette knipogen werd ik geïnstrueerd. Vous êtes diplomat, bon? Pas parlez, s’il vous plaît. Vous venez d’Allemagne. Zo was ik gepromoveerd tot zwijgende Duitse diplomaat, aan het werk in het Midden-Oosten. En ik mocht op de achterbank niet meer in het midden zitten, waar ik het beste zicht op zijn fotomapjes had, maar diende geheel rechts plaats te nemen, want daar zitten zwijgende Duitse diplomaten altijd.

Bij de grens wandelde hij, een dikke portefeuille in de hand, naar het kantoortje van de douaniers. Ik zag hem vrolijk gesticulerend praten, waarna hij zo'n tien minuten uit zicht verdween. Even later kwam hij terug, met twee vervaarlijk want er nogal militair uitziende douanebeambten. Automatische wapens bungelden over hun rechterschouders.

Ze liepen langzaam om de knalgele Chevrolet heen, en keken er achteloos even onder. Raar: bij alle andere auto’s bij de grenspost gingen de motorkap, het kofferdeksel en alle deuren open voor een zeer grondige controle. Maar natuurlijk: onze behandeling was het voorrecht van een diplomaat.

Ik trok mijn beste diplomatengezicht

Een van de militairen wierp vanachter een enorme snor nonchalant een blik naar binnen, en knikte me vriendelijk toe. Ik trok mijn beste diplomaten-gezicht, een mengeling van glimlachende nietzeggendheid en een lichte irritatie wegens internationaal nogal druk-druk.

Shalom, groette ik welgemeend, mij niet realiserend dat op deze locatie en in dit spannende tijdsgewricht Salem Aleikum handiger was geweest. De twee mannen haalden hun wapen van hun schouder. Ik meende zelfs  een klik te horen, en als voormalig dienstplichtige herkende ik dat stalen geluid. Had de criminele aanslag op Charlie Hebdo toen al plaatsgevonden, dan had ik een bordje omhoog kunnen steken met 'Je suis de lul'.

Snel kwam mijn geschrokken chauffeur tussenbeide. Ik ving woorden op als diplomat, Allemagne, donc stupide, erreur, povre diable. Ik was gedegradeerd tot Duitse sukkel. Het werd gelukkig geaccepteerd, waarschijnlijk door de eerdere inzet van zijn dikke portefeuille: we mochten door.

In Damascus kreeg ik, na een blik op het presidentieel paleis van de oude Assad, een rommelige rondrit door de stad, waarbij een vijftal huisjes werd aangedaan voor het afleveren van de plastic tassen vol nougat.

Mijn missie verliep verder vlekkeloos, evenals de terugrit. Jean was inmiddels, naar hij mij bij herhaling verzekerde, mijn grootste vriend, en dit dan ook voor de rest van ons beider leven, inclusief directe en aangetrouwde familie en nageslacht tot in de zesde lijn. Wel toonde hij zich enigszins teleurgesteld dat ik niet elke week van Amman naar Damascus hoefde, maar dit droeg hij als een man.

En steeds, bij het dagelijks nieuws uit het Midden-Oosten en in het bijzonder uit Syrië, bedenk ik dat ik daar nu, onder weinig opwekkende omstandigheden, een celstraf van 25 jaar had kunnen uitzitten wegens het smokkelen van naar schatting twintig kilo eerste kwaliteit hasjies.

Aan de andere kant: dan was ik 6 maart 2016 vrijgekomen. En zo lang is dat ook niet meer.




Meer Verhaal

‘Europees Migratiebeleid totaal failliet’

Ook het nieuwe actieplan om de illegale migratiestroom  naar Europa in te dammen, dat in Brussel is bedacht en door Den Haag wordt omarmd, lost niets op. Het beleid is juist onderdeel van het probleem, zegt de uit Bolsward afkomstige hoogleraar Hein de Haas.

Door Wio Joustra
 

Bord leeg, al waren de speklapjes taai

Mooi die plaatjes van de Hubble. Het zet je toch aan het denken. Licht van sterren miljarden oud, die we nu pas zien. En nu ontstaan of sterven sterren hetgeen we pas over miljarden jaren kunnen zien. Als er dan nog menselijk leven is, want dat is met een uiteindelijk stervende zon ook lang niet zeker.

Door Nico Hylkema
 
 
Pagina 1 van 1