Op zoek naar een tweede leven voor kunst

Ooit was het kunstwerk van Sies Bleeker uit Heerenveen de bekroning van een voornaam gebouw. Nu ligt het verweesd in opslag. Het wacht op een nieuwe bestemming.

Door Marita de Jong

Drieëndertig jaar lang tooide een kunstwerk van de Heerenveense kunstenaar Sies Bleeker de gevel van het Tomadohuis in Dordrecht. In 2015 werd het gebouw verkocht aan een projectontwikkelaar uit Den Bosch, die er een appartementencomplex van wilde maken. Het betekende dat het kunstwerk moest wijken. Minke Postma, tien jaar lang de partner van de in 2014 overleden kunstenaar, wil proberen een nieuwe plek te vinden. Die zoektocht is nog niet ten einde. Wel heeft de gemeente Heerenveen aangegeven, zich te willen inzetten om dat doel te bereiken. Tot die tijd ligt het opgeslagen in Gorredijk. 

Bleeker is in 1941 geboren in Heerenveen. De kunstenaar exposeerde in binnen- en buitenland. Zijn werk is opgenomen in verschillende collecties, onder andere in die van het Fries Museum en Stedelijk Museum Schiedam. Bleeker was veelzijdig. Hij werkte zowel in een minimalistische, geometrisch abstracte, als een naïeve stijl. Maar bovenal een landschapschilder die gefascineerd was door het lege landschap van het Noorden. Daarnaast realiseerde hij meerdere monumentale opdrachten in de openbare ruimte. Alleen al in 1983 waren het er vier: ‘Lectori Salutem’ bij de bibliotheek van Stiens, de gevel van de Keuringsdienst van Waren in Leeuwarden, de bekleding van de liftschachten van het provinciehuis Fryslân en het kunstwerk in Dordrecht.  

Het Tomadohuis dateert uit 1958 en is ontworpen door architect Hugh Maaskant in opdracht van het bedrijf in huishoudelijke artikelen, onder andere bekend van de Tomadorekjes uit de jaren zestig. De boekenrekjes van draadwerk en plaatstaal, in 1958 ontworpen door Adriaan Dekker, zijn trouwens nog steeds populair en daarom weer opnieuw in productie genomen. Het pand dat werd gebruikt als kantoor voor de toenmalige Tomadofabriek staat inmiddels op de gemeentelijke monumentenlijst. Het gebouw kreeg in 2015 een andere bestemming en daarom moest het kunstwerk van Bleeker er af. Het was trouwens niet het eerste kunstwerk op het gebouw. Daarvoor was het een werk van glazenier Joop van den Broek, maar dat ging in de loop van de tijd dermate achteruit dat het niet meer kon worden hersteld. 

Polyester

In januari 1983 kreeg Bleeker de opdracht van Delta Lloyd, toen de eigenaar van het gebouw. Het werd op 16 november van dat jaar onthuld. Het kunstwerk is acht meter hoog en zes meter breed en gemaakt van gewapend polyester. Een reliëf, zodat er een ervaringsgebied ontstond van bijna 180 graden. Hij zei hier zelf het volgende over: ,,Het beeld zal voortdurend veranderen tijdens de beweging van de passant langs het gebouw, met een subliem moment van het frontaal aanschouwen van het kunstwerk.’’ 

De reacties waren lang niet allemaal positief. Er was protest van de Culturele Raad en de familie van Van den Broek. En in december stond in een ingezonden stuk in Het Vrije Volk te lezen: ,,Moge dit kunstwerk van de gevel donderen’’. Postma merkt op dat die aversie in de 

loop van de tijd helemaal is verdwenen. Nu stond er in een Dordtse krant een stukje, dat ertoe opriep het kunstwerk te behouden. De banden met de stad zijn hecht gebleven. Toen Bleeker overleed stond in Dordrecht-monumenteel, het blad van de historische vereniging, een in memoriam. Daarin werd nog een quote aangehaald uit De Dordtenaar van 17 november 1983. ,,De bedoeling van de kunstenaar is geweest om beeldende kunst samen met de architectuur van het Tomadohuis als een zelfstandig product te laten functioneren. Het zal voor veel Dordtenaren wel even wennen zijn.’’ 

Kunst is tijdelijk 

Sies zou trouwens de laatste zijn geweest, die bezwaar zou hebben gemaakt tegen de verwijdering, zegt Postma. Zijn credo was: kunst is tijdelijk. ,,Van Sies had het wel weg gemogen. Al zou het wel met pijn in het hart zijn geweest.’’ Dat standpunt heeft wel eens voor stevige discussies gezorgd. Wegens nieuwbouw van het provinciehuis moest werk van verschillende kunstenaars worden afgebroken. Bleeker, die later curator voor de provinciale kunstcollectie werd, deed daar niet moeilijk over. De werken, die in de oudbouw waren aangebracht, waaronder een werk van hemzelf, mochten wat hem betreft wel verdwijnen. Dat werd hem niet bepaald in dank afgenomen en zorgde destijds voor behoorlijk wat reuring. 

Dat Postma nu pogingen in het werk stelt om het te bewaren, is iets waarover verschillend wordt gedacht. ,,Sommige vrienden van Sies zeggen dat hij het niet zou hebben gewild. Dat kan ik begrijpen en dat standpunt respecteer ik ook. Voor mij heeft dit kunstwerk echter alles in zich, waar Sies voor stond. Weggooien kan altijd nog. Het is zó Sies. De op-art, het subtiele, de kleuren. Sies was een bescheiden mens, die nooit kunst maakte die opdringerig was, die je van je sokken blies. Daar was hij te gevoelig voor. Hij zei altijd: er is al lawaai genoeg in huizen en in de openbare ruimte. Het minimale, daar hield hij van.’’ 

Postma kreeg in april 2015 een schrijven van de gemeente Dordrecht dat het gebouw een andere bestemming kreeg. ,,De gemeente is zeer zorgvuldig te werk gegaan. Er is veel contact geweest over en weer. Ik heb zelf nog een dag in Dordrecht rondgelopen om rond te kijken naar een andere plek. Dat heb ik trouwens ook in Fryslân gedaan. Als ik mijn fantasie de vrije loop laat, zie ik het ergens aan het water staan, met aan de achterkant zonnecollectoren. Het heeft iets noordelijks met die grijzen en blauwen, het verandert als je er langs loopt. Het huisje van Jan de Pavert heeft een nieuwe plek gekregen in Camminghaburen. Misschien is daar ergens ook een plek te vinden voor dit werk van Sies. Je zou ook kunnen denken aan een parkeergarage. Maar Heerenveen heeft nog altijd de eerste keus.’’ 

Passende bestemming 

In een aanbevelingsbrief van juli 2015 omschrijft kunsthistorica Loes Rotshuizen het werk als volgt: ,,Zijn reliëf bestaat – net als bij vroegere op-art kunstenaars – uit verticaal uitstekende driehoeken, die pas helemaal te overzien zijn, als je er pal voor staat. Dat standpunt noemt Sies het “sublieme moment”, passend bij het in zijn ogen sublieme gebouw. Bij het passeren doet het sublieme moment zich maar even voor. Daarna is er weer een heel ander zicht op het geheel inclusief het kunstwerk.’’ 

Ze geeft in het schrijven onomwonden toe dat het lastig zal zijn een passende bestemming te vinden. ,,Het is immers zo duidelijk bedacht bij gebouw en plaats van het oorspronkelijke Tomado-huis. Anderzijds is het kunstwerk een duidelijk afgebakend geheel, met ook een eigen dynamiek en kwaliteit. Het neemt een duidelijke plaats in in het oeuvre van Sies Bleeker uit de tachtiger jaren. Tegelijkertijd is het eigenlijk niet gedateerd. In Sies Bleekers woorden : het “blijft na al die jaren overeind”. Ze adviseert een verwant gebouw, op een verwante plek te kiezen omdat ‘het werk waarschijnlijk wel tegen die verplaatsing op kan’. 

Inmiddels heeft Postma, na ruggespraak met Johan van der Zee, het Da Vinci College uit Dordrecht een filmpje laten maken over het werk. Kunstverzamelaar Roos Derks is samen met haar in gesprek gegaan met de wethouders Hans Broekhuizen en Coby van der Laan van de gemeente Heerenveen over een mogelijke nieuwe bestemming. Zolang die nog niet gevonden is, blijft het ontmantelde kunstwerk in depot liggen.

Laatst gewijzigd op 24-11-2017 om 20:24 uur




Meer Cultuur

 

Spraakmakende constructivisten en hemelbestormers

Topstukken van hemelbestormers zijn het in de ogen van Han Steenbruggen, directeur van Museum Belvédère. Het modernisme dat kunstenaars als Wobbe Alkema en Hendrik Werkman nastreefden, werd door het volk niet verstaan. De fascinatie van de conservator is terug te vinden in de tentoonstelling Constructivistische Verbanden.

Door Marita de Jong
 

Musicus Hoite Pruiksma kiest in culturele revolutie voor het artistieke

Er moet altijd een innerlijke noodzaak zijn voor de dingen die je doet. Dat is het leitmotiv dat musicus Hoite Pruiksma (1958) al zijn leven lang hanteert. Dat geldt zeker voor de eerste Fryske Johannes Passion van zijn hand, die in 1999 in Workum in première ging. Dertien jaar heeft hij er aan gewerkt, vijf keer begon hij opnieuw.

Door Marita de Jong

Beeld en taal gekoppeld in 111 x Keunst op syn Frysk 

Kunstwerken vormen de basis voor 111 x Keunst op syn Frysk. De fascinatie voor de Friese taal leidt tot mooie vondsten. Woorden als 'strewelleguod' en 'wjittering' krijgen daarna verbeelding met Friese schilderijen. Zo gaat museale kunst en taal in een boek de wereld over.

Door Marita de Jong
 
 
Pagina 1 van 10 | Volgende