Foto: Brug van Willem van Althuis

Beeld en taal gekoppeld in 111 x Keunst op syn Frysk 

Kunstwerken vormen de basis voor 111 x Keunst op syn Frysk. De fascinatie voor de Friese taal leidt tot mooie vondsten. Woorden als 'strewelleguod' en 'wjittering' krijgen daarna verbeelding met Friese schilderijen. Zo gaat museale kunst en taal in een boek de wereld over.

Door Marita de Jong

Drie keer het cijfer 1 naast elkaar. Een mooi beeld vindt directeur-conservator Han Steenbruggen van Museum Belvédère in Heerenveen-Oranjewoud. Dit is de reden waarom er 111 Friese woorden zijn gekoppeld aan details van kunstwerken uit de eigen collectie en die van FB Oranjewoud en geen 101 zoals in de Groningse versie, die vorig jaar verscheen of 66 in het origineel Museum auf Bairisch, naar een idee van Georg Köhlen en Joachim Rönneper uit 2013. 

Steenbruggen zag het boekje 101 keer Kunst op z'n Grunnegs in het Groninger Museum en was er meteen weg van. Hij groeide op met dialect, het Deventers, is neerlandicus en heeft dus een fascinatie met taal. Het bood hem een prachtige gelegenheid om iets met het Fries te gaan doen, want die wens had hij al heel lang. Dat mondde uit in 111x Keunst op syn Frysk. Gedeputeerde Sietske Poepjes ontving het eerste exemplaar uit handen van Evert-Jan Rotshuizen, voorzitter van het museumbestuur. 

Poepjes was blij verrast met het eindresultaat en ook met de link, die voorzitter van medesponsor FB Oranjewoud, Jan de Vries in zijn voorwoord had gelegd met Lân fan Taal, een prestigeproject van de provincie, in het kader van Kulturele Haadstêd 2018, in samenwerking met Afûk, Explore the North, Fryske Akademy, Gemeente Leeuwarden, Historisch Centrum Leeuwarden, Neushoorn, Omrop Fryslân, Provincie Fryslân, Rijksuniversiteit Groningen Tresoar en Tryater. De Vries vindt het een goede zaak dat het boekje wordt uitgebracht in de tweede rijkstaal van het land. ,, Benammen omdat it Frysk yn it jier fan KH18 presentearre wurdt as ‘Taal jout betsjutting’. Yn Lân fan taal, dat tsjinoer de Aldehou boud wurdt, sil dit it biedwurd wêze.’’ 

Hert en holle 

Poepjes is vast van plan een aantal exemplaren van het boekje aan te schaffen om cadeau te doen aan bijvoorbeeld buitenlandse gasten. ,,It is ris wer wat oars as dy ivige flessen beerenburch. Hjir moat grif ynteresse foar wêze. We ha as Friezen beide talen yn it hert en yn ‘e holle mar ferjitte faak dat it net gebrûklik is om je yn twa konteksten te bejaan. Dêrneist jout de útjefte in prachtig byld fan de nijsgjirrige kolleksje wichtige skilderijen, dy’t it museum en FB Oranjewoud hawwe.’’ 

Ook Rotshuizen gaf aan dat het bestuur de aandacht voor de Friese taal belangrijk vindt. Van belang waren ook de inzet van vrijwilligers die aan de uitgave hebben meegewerkt. De uitgave is in zeer korte tijd tot stand gekomen.

Drijvende kracht achter het project was directeur-conservator Han Steenbruggen, die op enig moment gewoon is begonnen. ,,Ik heb een Fries woordenboek gepakt en bij de woorden die ik tegenkwam een beeld gezocht. Dat was niet zo heel moeilijk omdat ik veel schilderijen in mijn hoofd heb. Ik heb er ontzettend veel plezier aan beleefd. Sommige woorden moesten er gewoon in.''

Vormgever Gert-Jan Slagter maakte hem bijvoorbeeld attent op het woord 'rispinge'. ,,Ik hie by dat wurd altyd it skilderij Oogst fan Tinus van Doorn yn de holle. Dat wurd rispinge is te moai om lizze te litten.’’

Ook Jan de Vries droeg zijn steentje bij. Hij is onder andere verantwoordelijk voor de woorden wjittering en dolle. De Vries is afkomstig uit 'in Frysk fermidden'. ,,Us heitendie buorken yn Jorwert. Doe ‘t ik jong wie, hiene we noch gjin televyzje. Dan sieten we jûns by de kachel. Ik by heit op skoat, myn sus op de knibbels der foar en dan lies heit foar út bygelyks de Jonge Priiskeatser en Marten’s Afke. Mooglik is dêr myn leafde foar de Fryske taal begûn.’’ 

Puur associatief 

Zijn in het Groninger voorbeeld de woorden alfabetisch gerangschikt, bij Steenbruggen diende zich gaandeweg een natuurlijk verloop aan. Het was geen bewuste keuze, het ontstond gewoon. Zee, landschap, jaargetijden, alles komt voorbij. Het ene woord leidde naar het andere. ,,Ik heb alles op gevoel gedaan. Op dag volgt nacht, op de ochtend volgt de middag. Van het een komt het ander. Puur associatief.’’ 

Slagter was nauw betrokken bij de totstandkoming van de uitgave. Hij heeft de pagina’s opgemaakt, de vormgeving was er immers al. ,,Troch dy assosjatyve wize fan wurkjen fan Han is der dochs in ferhaal ûntstien. It boekje eindigt mei in kaai, wermei jo it hûs binnen gean kinne en dan troch it finster nei bûten sjogge.’’ 

Het doet hem terugdenken aan de begintijd van Museum Belvédère. Op de openingstentoonstelling in 2004 waren alle tekstbordjes tweetalig. Dat gold trouwens enkel en alleen voor de titels van de schilderijen. Slagter: ,,It wie hiel subtyl dien. Ik wit noch dat Pieter Verhoeff it ek sa moai fûn omdat net alles folsein yn it Frysk wie. De techniken dy’t de skilders brûkten wiene bygelyks net oerset. Dan wurdt it sa forsearre en humorleas, it moat boartlik bliuwe. It kin hiel oandwaanlik wêze om de titel fan bygelyks in Flaams skilderij yn it Frysk te lêzen. Ik wit noch dat ek guon besikers dy’t fan bûten de provinsje kamen it hiel ferrassend fûnen.’’ 

Deens 

Alle woorden zijn vertaald in het Nederlands, Engels, Frans en Duits, met dank aan de docenten, die als vrijwilliger aan het museum verbonden zijn. En dan ook nog in het Deens. Die taal diende zich als vanzelf aan. Steenbruggen: ,,Een van onze vrijwilligers, Lisbeth Kooper komt uit Denemarken. Toen ze Deense familieleden te logeren had, zag ik mijn kans schoon en heb de woorden meteen laten vertalen.’’ 

Door de aanwezigheid van de andere talen wordt ook de onderlinge samenhang van taalfamilies zichtbaar. Sommige woorden lijken erg op elkaar, terwijl andere woorden juist sterk van elkaar verschillen. De Vries zegt er in het voorwoord dit over: ,,Jo sjogge de ferbûnens fan de ferskillende talen. Of jo konstatearje dat it Frânsk dúdlik in oare boarne hat, de Romaanske. It Ingelsk, in Germaanske taal, hat wer in protte wurden oernaam fan it Frânsk. Dat kaam troch de jierrenlange Normandyske oerhearsking.’’ 

Slagter kreeg expliciet de opdracht om zoveel mogelijk in te zoomen op het detail. ,,By it wurd âldroeken kaam der fan it skilderij Sneeuwlandschap met sloot van Jan Mankes noch te folle yn byld. Han woe it skilderij it leafst sa ûnwerkenber mooglik. Dêr koe ik my hiel goed yn fine, it makket it spannend.’’ 

Fries is mooi 

Naast werken van Friese kunstenaars zijn ook Nederlandse en Vlaamse schilders als Jean Brusselmans, Roger Raveel en Floris Jespers vertegenwoordigd. De combinatie met de kunst geeft het taalgebruik, volgens De Vries een extra dimensie: ,,Elts hat wol in hokje yn syn geast, der’t wat ynpast fan itjinge dat dit boekje biedt. De kombinaasje fan beide, it byld fan de kréaasje fan in keunstner, of it byld fan de rykdom fan in taal. Ommers, taal jout betsjutting.’’ 

Strewelleguod, bollepyst, bearepoat, wjittering. Steenbruggen heeft bij het samenstellen van dit boekje genoten van die woorden en dat doet hij nog steeds. Hoe is het werken met de Friese taal hem bevallen? Hij hoeft niet over het antwoord na te denken: ,,Al die verschillende woordjes bij hetzelfde beeld, dat was lol. Fries is mooi, ik hoor het graag.’’ 

Laatst gewijzigd op 05-07-2017 om 10:06 uur




Meer Cultuur

Zorgplicht voor verweesde beelden, of toch verval

Waar is de zorgplicht voor openbaar kunstbezit? Inwoners van Gorredijk konden stemmen over de toekomst van het beeld de Levende Ent van kunstenaar Jaap van der Meij, dat voor cultureel centrum De Skâns staat. Vier opties: opblazen, in stukken zagen, afbouwen en herstellen en verplaatsen. 

Door Marita de Jong
 

Zon is de peper in het landschap

Christiaan Kuitwaard speelt met de horizon en laat zich betoveren door de zee en wolkenluchten. Altijd ontdekt de schilder weer iets nieuws: ,,Van één voorwerp zou ik wel honderd schilderijen kunnen maken.'' Op 25 en 26 maart is werk van hem te zien bij galerie Steven Sterk in Gorredijk. Vanaf 14 april drie maanden bij Museum Belvédère.

Door Marita de Jong
 

Afsetters met precisie en durf, want elk boek is eng 

Het gebedenboek van Mata Hari uit de collectie van het Fries Museum ligt nu bij Frisian colorists & restorers. ,,Het moet mooi'', zeggen Evelien de Boer, Antonio Leemburg en Fredau Metselaar. Zij nemen het boekje onder handen voor een restauratie. Spannend, want ,,elk boek blijft eng''.  

Door Marita de Jong

Museumblockbusters: kunst in greep van de marketing

De geroemde overzichtstentoonstelling met het werk van Alma Tadema in het Fries Museum, haalde binnen een maand vijftigduizend bezoekers. Dat zijn er even veel als vroeger in een heel jaar. Maar is die kaskraker-benadering wel duurzaam en bepalen hoge bezoekersaantallen of een museum van waarde is?

Door André Keikes
 
 
Vorige | Pagina 2 van 10 | Volgende